Probleem? Of uitdaging…

boom dat het pad blokkeert

Ohoh, is het allereerste wat door mij heen schiet als ik de boom van de foto op het pad zie staan. Daarnaast baal ik, omdat mijn pad is geblokkeerd. Ik kijk om me heen en zie in eerste instantie geen andere uitweg dan terug te gaan waar ik vandaag ben gekomen. Toch weet ik dat ik een keuze heb. Zie ik de boom als een probleem of een uitdaging? 

Ik heb twee verzorgpaarden die beide niet meer verschillend konden zijn. Waar de eerste, Cassandro, blij word als hij altijd hetzelfde rondje in het bos mag lopen (we hebben drie variaties en meer dan dat is niet oké) is de ander, Shelby, pas blij als ze van het ruiterpad af mag. Net zoals een wandelaar dwars door het bos heen. Zij wil graag nog een woordje praten met degene die ooit het concept ruiterpad speciaal voor paarden bedacht heeft. 

Met beide paarden kwam ik laatst een boom tegen op het pad. Bij Cassandro was het een boom die er speciaal was neergelegd om een sprongetje te maken. Ik stuurde erop af en aan zijn lichaam kon ik merken dat hij het spannend vond. Zijn ademhaling gaat dan omhoog, zijn neusgaten worden groter, hij spant zijn spieren aan en het liefst springt hij opzij om het uit de weg te gaan. Hij vertrouwde echter op mijn leiding en ging eroverheen. Daarna was direct de spanning uit zijn lichaam. Inmiddels zijn we al een aantal keer over de boom gesprongen en trekt hij er nu zelf op aan. Hij vindt het echt leuk. Uit zichzelf had hij dit nooit geprobeerd. Hij had misschien wel bedacht dat het kon, maar hij had zich laten tegenhouden door zijn angst. 

Dat herken ik heel goed. Als ik zou moeten kiezen dan herken ik mezelf het meest in Cassandro. Als ik iets nieuws moet doen dan voel ik het ook in mijn lichaam. Voornamelijk in mijn schouders en nek die ik dan ga aanspannen, ik voel een soort spanning en er komen allemaal gedachtes in mijn hoofd. Wat als het niet lukt, wat als ik het niet kan, wat als niemand op mij zit te wachten. Alles wat nieuw is vind ik spannend, maar ja als ik dat altijd uit de weg was gegaan dan had ik nooit een van mijn dromen bereikt. Je kan geen coach worden als je nooit iemand coacht. 

Met Shelby was de boom zo hoog en groot dat we er niet overheen en niet omheen konden. Ons pad werd letterlijk geblokkeerd. Ik had deze blokkade kunnen accepteren, het kunnen zien als een teken dat dit niet het goede pad was, dat het niet voorbestemd was om daar te komen. Of ik kon het zien als een uitdaging, die ik niet in mijn eentje hoefde te nemen, want ik had immers Shelby bij me. Ik liet haar de leiding nemen en zij zocht en vond een nieuw pad om de boom heen.    

Dit waren twee letterlijke bomen op de weg, maar met figuurlijke bomen werkt het net zo. Ik kan mij vasthouden aan mijn ‘overtuiging’ dat ik een Cassandro ben, aan alle gedachtes die in mij opkomen en mij alleen daarop focussen. Ik kan ook ervoor kiezen te erkennen dat ik het spannend vind en hulp vragen. Shelby’s zien veel meer mogelijkheden dan Cassandro en helpen graag. En dan blijkt die boom helemaal geen obstakel te zijn. Gewoon een omleiding op weg naar mijn dromen. Of een nieuw pad naar iets nieuws wat ik nog niet voor mogelijk had geacht.

En jij, ben jij een Shelby of een Cassandro? 

Ik ben er wel, maar ik ben er niet

Een fractie voordat het gebeurde, raakte ik echt in paniek. Niet weer, dacht ik. Mijn auto klapte tegen de vangrail en schaarde terug tegen de trailer aan. Op het moment dat ik stilstond, wilde ik het liefst maar één ding: heel hard huilen en tegen iemand aankruipen die tegen me zou zeggen dat alles goed zou komen. Ik had behoefte aan bescherming en getroost te worden. Tegelijkertijd ging mijn hart uit naar het paard in de trailer, en wist ik dat zij mijn hulp nu nodig had. Elke dag ben ik dankbaar voor dat het is afgelopen ‘met alleen maar blikschade’. 

Ik heb denk ik nog nooit eerlijk gezegd hoe erg ik in shock was na het ongeluk. Ik liet het ook niet zien, want ik was grapjes aan het maken. “Altijd al een deel van de snelweg willen laten afzetten” en “ik mocht het jaar niet meer beginnen met een knal dus ik dacht ik ga zo het jaar maar uit.” Daarnaast sloot ik me ook af. Tegen iedereen die tegen me zei dat ze het fijn hadden gevonden als ik niet in mijn eentje in de auto had gezeten, antwoordde ik dat die het ongeluk niet hadden kunnen voorkomen. Nu achteraf, besef ik wat ik aan het doen was. Ik stelde me groot op, ik stel me altijd groot op. Kijk maar even hoe goed ik dit allemaal oplos, ik red me wel. Ik geef wel toe dat ik geschrokken was, maar kijk nou hoe sterk persoon ik ben. Hoe harder ik grapjes maak, hoe heftiger het vaak is.  Alles om maar niet toe te hoeven geven aan de spanning, om te laten zien aan anderen dat ik gekwetst ben. Want wat nou als ik dat laat zien en ze lopen van me weg? 

Ik wilde het liefst getroost worden, toe kunnen geven aan alle emoties, alle schrik en alle spanning. Ik wilde geholpen worden, maar wat ik deed was mij groothouden. ‘Wil je me troosten? Dankjewel, maar dat heb ik niet nodig.’ Dat liet ik met mijn lichaamstaal en met mijn woorden zien. Je kunt het vergelijken met heel erg honger hebben en dan nee zeggen als je eten aangeboden krijgt. Ik doe het niet expres, dit is mijn overlevingsstrategie die ik vroeger geleerd heb. Er te zijn, zonder er te zijn. 

Inmiddels heb ik na twee auto-ongelukken en een psychische zware revalidatie weer verbinding gekregen met mezelf. Ik heb geleerd er voor mezelf te zijn en naar mijn lichaam te luisteren. Aan te geven wanneer ik honger heb of te vragen als ik hulp nodig heb. De ene keer gaat dat goed, de andere keer wat minder. 

Dit is waar ik jou als coach bij wil helpen: het in verbinding komen met jezelf, met je lichaam, je wensen en je dromen. Omdat ik wou dat ik mezelf dat eerder had gegund en ik weet hoeveel ik eraan heb. Want mijn vrienden? Die zijn er nog steeds. 

Touwtrekken met een paard

 “Houd dit eens vast” en hij geeft me een soort stang om vast te houden. “Ik ga eraan trekken en ik wil dat je blijft staan.”. Ik adem diep in en zet me schrap. Ik span mijn spieren aan en zorg ervoor dat ik goed vastheb. “Klaar?” Ja knik ik. Hij trekt aan de stang en hoe erg ik mijn best ook doe ik beweeg mee. 

Hij had mij net zo goed kunnen vragen te gaan touwtrekken met een paard. Als een paard niet met je mee wilt lopen, omdat er ergens een verdwaald hooisprietje ligt, dan kun je met heel veel kracht aan het touw gaan trekken, oftewel touwtrekken. Het paard zal dan ‘dankjewel’ zeggen en jouw gewicht gebruiken om vooral toch niet de kant op te gaan die jij wilt. Als je pech hebt trekt je paard je over het hele terrein op naar het weiland met die lekkere groene grassprietjes. De plek waar jij absoluut niet naar toe wilde, maar omdat je blijft vasthouden wel onderweg naar toe bent… 

Op de manege leer je hoe je moet lopen met een pony. Altijd aan de linkerkant – alsof de pony in paniek raakt als je ineens rechts gaat lopen – het uiteinde van het touw in je linkerhand en je rechterhand aan het begin van het touw. De pony mag geen gras eten en moet braaf meelopen. Het klinkt allemaal heel logisch. Totdat je met Doerak loopt, die zich niks van je aantrekt. Die het helemaal niet boeit dat jij het touw vasthebt en de leiding hoort te hebben. En dan? Blijf je dan vasthouden? Laat je los? Of schakel je om naar iets wat wel werkt? 

Pipo, Rakker en Doerak, hebben allemaal hun eigen karakters. Een eigen manier van omgaan. Een eigen wijze waarop je het maximale uit de situatie kan halen. Wat voor Pipo werkt, kan voor Doerak averechts werken. Zo gaat het ook in het dagelijks leven. Voor alle mensen, kinderen en problemen die je tegenkomt. 

Vroeger hield ik vast aan wat ik geleerd had. Tegenwoordig probeer ik een keer goed adem te halen en dan stel ik mezelf de vraag: ben ik aan het touwtrekken met een paard? 

“We gaan het nog een keertje doen. Alleen wil ik dit keer dat je losjes vasthoudt, ontspannen.” Het voelt heel raar om te doen wat hij zegt. Het voelt tegen natuurlijk. Ik doe wat hij zegt. Ik zet me niet schrap. Mijn spieren zijn ontspannen. En ik? Ik blijf staan.