Ik ben er wel, maar ik ben er niet

Een fractie voordat het gebeurde, raakte ik echt in paniek. Niet weer, dacht ik. Mijn auto klapte tegen de vangrail en schaarde terug tegen de trailer aan. Op het moment dat ik stilstond, wilde ik het liefst maar één ding: heel hard huilen en tegen iemand aankruipen die tegen me zou zeggen dat alles goed zou komen. Ik had behoefte aan bescherming en getroost te worden. Tegelijkertijd ging mijn hart uit naar het paard in de trailer, en wist ik dat zij mijn hulp nu nodig had. Elke dag ben ik dankbaar voor dat het is afgelopen ‘met alleen maar blikschade’. 

Ik heb denk ik nog nooit eerlijk gezegd hoe erg ik in shock was na het ongeluk. Ik liet het ook niet zien, want ik was grapjes aan het maken. “Altijd al een deel van de snelweg willen laten afzetten” en “ik mocht het jaar niet meer beginnen met een knal dus ik dacht ik ga zo het jaar maar uit.” Daarnaast sloot ik me ook af. Tegen iedereen die tegen me zei dat ze het fijn hadden gevonden als ik niet in mijn eentje in de auto had gezeten, antwoordde ik dat die het ongeluk niet hadden kunnen voorkomen. Nu achteraf, besef ik wat ik aan het doen was. Ik stelde me groot op, ik stel me altijd groot op. Kijk maar even hoe goed ik dit allemaal oplos, ik red me wel. Ik geef wel toe dat ik geschrokken was, maar kijk nou hoe sterk persoon ik ben. Hoe harder ik grapjes maak, hoe heftiger het vaak is.  Alles om maar niet toe te hoeven geven aan de spanning, om te laten zien aan anderen dat ik gekwetst ben. Want wat nou als ik dat laat zien en ze lopen van me weg? 

Ik wilde het liefst getroost worden, toe kunnen geven aan alle emoties, alle schrik en alle spanning. Ik wilde geholpen worden, maar wat ik deed was mij groothouden. ‘Wil je me troosten? Dankjewel, maar dat heb ik niet nodig.’ Dat liet ik met mijn lichaamstaal en met mijn woorden zien. Je kunt het vergelijken met heel erg honger hebben en dan nee zeggen als je eten aangeboden krijgt. Ik doe het niet expres, dit is mijn overlevingsstrategie die ik vroeger geleerd heb. Er te zijn, zonder er te zijn. 

Inmiddels heb ik na twee auto-ongelukken en een psychische zware revalidatie weer verbinding gekregen met mezelf. Ik heb geleerd er voor mezelf te zijn en naar mijn lichaam te luisteren. Aan te geven wanneer ik honger heb of te vragen als ik hulp nodig heb. De ene keer gaat dat goed, de andere keer wat minder. 

Dit is waar ik jou als coach bij wil helpen: het in verbinding komen met jezelf, met je lichaam, je wensen en je dromen. Omdat ik wou dat ik mezelf dat eerder had gegund en ik weet hoeveel ik eraan heb. Want mijn vrienden? Die zijn er nog steeds. 

Tunnelvisie

Zijn schouders gaan naar voren, zijn hoofd omlaag, zijn blik is een combinatie van boos met teleurstelling en hij laat de pony stilstaan. Hij zegt niets en tegelijkertijd heel veel. Hij wordt overweldigd door emotie, waar hij geen uiting aan kan geven. Ik denk dat hij het liefst van de pony zou willen afstappen en wegrennen. Dit is niet hoe hij gehoopt had dat zijn dressuurproef op Holly zou gaan. 

Holly is zijn lievelingspony. Voor haar is dit haar allereerste proef ooit. Ze vindt het nog best spannend zo in haar eentje in de bak. Normaal gesproken haalt ze haar vertrouwen uit haar maatjes, nu heeft ze alleen hem. Hij wil haar graag langs de bakkabouters sturen en laten zien dat het veilig is. Dat de mensen in het juryhokje niets doen. Dat het maar een paar minuten duurt en dat ze op hem kan vertrouwen. Elke keer als Holly het spannend vond en de binnenbocht wilde nemen, probeerde hij heel rustig terug te sturen. Elke keer weer. 

Toch bleef ze het proberen. En nu, nu denkt hij dat hij er alles aan heeft gedaan en hij weet het niet meer. Hoe hij uit deze situatie moet komen en hoe hij met al deze gevoelens moet omgaan. Het is hem niet gelukt, dat is duidelijk toch. 

Wat ik, zijn moeder en de jury zien is een jongen die heel rustig op zijn pony zit. Die het oneindig bleef herhalen. Die steeds iets verder in de buurt van de bakkabouters kwam.  Wij zagen dat Holly bij het ingaan van de bak besloot dat de helft wel vergenoeg was. Het lukte hem om uiteindelijk toch de hele bak door te sturen. Hij gaf haar vertrouwen en liet haar zien dat de bakkabouters er misschien wel eng uitzien, maar helemaal niets doen. Alleen elke keer als zijn aandacht iets verslapte, maakte ze daar handig gebruik van. Want Holly vond het echt heel spannend. Hij probeerde het gewoon nog een keer, en nog een keertje, en vooruit dan maar nog een keertje. Hij werd niet boos, niet ongeduldig. Zelfs op het moment dat hij niet meer wist en besloot stil te gaan staan, reageerde hij het niet op zijn pony af. 

Wat zijn moeder ziet is dat als ze nu niets doet, dat hij dan een standbeeld wordt. Dan kan ze van alles zeggen of doen, maar is hij niet meer bereikbaar. Niets komt dan bij hem binnen. Dan zit hij in een tunnel waar hij niet in of uit kan. Toch besluit ze in een split second iets te doen. Hij zit midden in zijn proef en ze heeft één kans om zijn patroon te doorbreken. Ze zegt tegen hem dat hij dit nu niet kan maken.  Wat er omgaat in zijn koppie weet ik niet, maar zijn blik gaat weer naar voren. Hij rijdt door en hij maakt zijn proefje af. Normaal heeft hij minimaal een paar minuten nodig om tot rust te komen, nu duurde het nog niets eens vijf seconden. In vijf seconden ging hij van stoppen, naar toch doorgaan. 

Soms zit er een verschil in tussen wat wij zien en wat jezelf ziet. Vaak zitten we vast in een bepaalde gedachte en alles wat er gebeurt passen we toe op deze gedachten. We zitten in een soort tunnelvisie. Elke keer als Holly weer de binnenbocht nam, bevestigde dat de jongen in zijn visie dat het hem niet lukte. Dat hij steeds dichterbij de jury kwam er uiteindelijk zelfs langs, vergat hij elke keer als ze binnenbocht weer nam. Zo bleef hij zien dat het hem niet lukte. 

Wat we niet beseffen is dat er in de tunnel een gordijn hangt, waar je doorheen kan stappen zodat je weer alles kan zien. Soms heb je er alleen even hulp voor nodig om daar te komen. Zijn moeder gaf hem een duwtje door het gordijn de tunnel uit, op naar het open terrein. 

Zijn wedstrijd is misschien dan wel verloren gaan, toch Is hij trots op zichzelf. Hij heeft een overwinning behaald op zichzelf. In plaats van dat hij de tunnel afsloot kwam hij er met hulp uit. En de volgende keer? Wil hij weer op Holly.